Internationale spelregels - Vragen en antwoorden
Rechten van de ploegkapitein - Bevoegdheid van de 1ste SR


Regel 5.1 De Ploegkapitein
5.1.2.1 Het is enkel de kapitein toegelaten op het terrein met de scheidsrechters te spreken en dit wanneer de bal uit het spel is: om uitleg te vragen voor de toepassing of de interpretatie van de spelregels en om de correct geformuleerde vragen en verzoeken van zijn ploegmaats voor te leggen.
Als de ploegkapitein het niet eens is met de uitleg, moet hij onmiddellijk zijn voorbehoud bekend maken bij de scheidsrechter. Hij behoudt hierbij het recht om aan het einde van de wedstrijd een officieel protest te noteren op het wedstrijdblad.
 
5.1.2.2 Het is enkel de kapitein toegelaten op het terrein met de scheidsrechters te spreken en dit wanneer de bal uit het spel is: om toelating te vragen:
  • a. de uitrusting geheel of gedeeltelijk om te wisselen;
  • b. de opstelling van de ploegen na te zien.
  • c. het speelopppervlak, het net, de ballen, enz. te controleren.
Regel 24.2 Bevoegdheden
24.2.4 De eerste scheidsrechter mag in geen geval toestaan dat zijn beslissingen betwist worden.
De eerste scheidsrechter zal echter, op verzoek van de kapitein op het terrein, uitleg verstrekken over de toepassing of interpretatie van de spelregels waarop hij zijn beslissing heeft gebaseerd.

Indien de kapitein op het terrein onmiddellijk zijn voorbehoud tegenover deze verklaring uitdrukt, moet de eerste scheidsrechter hem toelaten aan het einde van de wedstrijd een officieel protest te vermelden op het wedstrijdblad over dit voorval.
 
Vragen Antwoorden
De kapitein op het terrein van ploeg A vraagt aan de 1e scheidsrechter uitleg te geven over de toepassing van de spelregels na een bepaalde spelfase.

De uitleg schijnt de kapitein te voldoen.

De ploeg A verliest de wedstrijd. Na de wedstrijd wil de kapitein nog een officieel protest vermelden op het wedstrijdblad over dit voorval. Dit wordt geweigerd door de 1e scheidsrechter. Is deze scheidsrechterlijke beslissing de juiste?
De scheidsrechter heeft gelijk.

Op het ogenblik van het voorval heeft de kapitein op het terrein niet onmiddellijk zijn voorbehoud tegenover deze verklaring bekend gemaakt en kan dus nadien geen officieel protest vermelden op het wedstrijdblad: regel 24.2.4.
De kapitein op het terrein stelt vast dat een lijnrechter het teken "bal geraakt bij het blok" heeft aangegeven. De eerste scheidsrechter had het teken van de lijnrechter niet opgemerkt of wenst niet in te gaan op het teken van de lijnrechter. Op welke manier moet de kapitein aan de scheidsrechter vragen uitleg te geven en deze tegenstrijdigheid op te lossen?

Na het beŽindigen van de spelfase steekt de kapitein op het terrein de hand op met de bedoeling te kunnen spreken met de eerste scheidsrechter. Hij mag dan uitleg vragen over de interpretatie van de beslissing. De eerste scheidsrechter moet dit toestaan (regel 5.1.2.1 en 21.2.1).
Een kapitein op het terrein betwist een beslissing van de 1e SR aangaande het niet toekennen van een bestraffing voor de tegenpartij.

De 1e SR zegt dat zijn beslissing de juiste is en dat geen protest wordt aanvaard.

Is dit de juiste handelswijze van de 1e SR?
Neen! De 1e SR was mis. De SR moet klaar en duidelijk zijn genomen beslissing uitleggen.

Indien de kapitein op het terrein de uitleg niet aanvaardt, mag hij zijn opmerkingen laten noteren op het wedstrijdblad als een officiŽel protest bij het einde van de wedstrijd.

Protesten aangaande toepassing van de spelregels en bestraffingen zijn toegelaten en moeten aanvaard worden. Geen enkele discussie over het incident is toegelaten tijdens de wedstrijd (regel 5.1.2.1 en 24.2.4).

(zie ook hoger)

De kapitein op het terrein vraagt verschillende malen uitleg over beslissingen genomen door de scheidsrechters en stelt steeds maar vragen waarom sommige van die beslissingen genomen werden. Wat is de juiste manier van handelen van de 1e SR? Wanneer, volgens het oordeel van de 1e SR, de limieten van regel 5.1.2. overtreden zijn, zal hij de kapitein waarschuwen zonder bestraffing, zoals voorzien in regel 21.1.

Indien de kapitein zijn misnoegdheid verder blijft uiten, zal hij bestraft worden met
het verlies van de spelfase = gele kaart voor wangedrag (regels 5.1.2.1 - 21.1 - 21.2 en 22.2 - zie hiervoor de rubrieken “sportief gedrag“, “fair-play“ en “wangedrag met sancties tot gevolg“).

De kapitein op het terrein is niet zeker dat de opstelling van zijn ploeg correct is. Hij vraagt aan de 2e SR de posities te verifiŽren, voor het spel hervat wordt. Wat is de beslissing van de 2e SR? Dit was een correcte vraag van de kapitein. De 2de SR moet de juiste opstelling mededelen. Anderzijds mag de referee geen enkele inlichting geven over de opstelling van de tegenpartij. Van dit recht mag echter geen misbruik gemaakt worden door beide ploegen (regel 5.1.2.2).

De kapitein op het terrein van de opslaggevende ploeg is niet zeker wie de voorspelers van de tegenpartij zijn. Daarom vraagt hij aan de eerste scheidsrechter na te zien of de opstelling van de ontvangende ploeg correct is. Is dit toegelaten? Bij zulk een verzoek zal de eerste scheidsrechter aan de tweede scheidsrechter vragen de opstelling van de ontvangende ploeg na te zien.

De enige informatie die zal gegeven worden is of de ontvangende ploeg al dan niet in de correcte positie staat. Geen enkele informatie zal geven worden over welke spelers voor of achter staan (regel 5.1.2.2)